De drie verdedigingslinies




Ik begreep er niets van. Het veluxraam in onze slaapkamer had een soort “gordijntje” nodig, dus hadden we werkmannen laten komen om dat te installeren. Onze slaapkamer is helemaal op zolder, ik zat beneden in de zetel, de werkmannen die eraan bezig waren zaten dus 3 verdiepingen boven mij bezig.

En ik durfde mezelf niet bewegen.

Ik zat als verstijfd op de zetel, durfde me niet bewegen of geluid maken, durfde geen thee te gaan halen in de keuken of naar toilet. En ondertussen ging mijn hard razend tekeer.

Ik was ongeveer 24, schat ik. Of 25. Een stuk jonger dan nu, maar toch al ongeveer volwassen.

Wat was er aan de hand?

Toen begreep ik er niets van. Maar een aantal jaren later, toen ik in therapie was, begon het me te dagen. Mijn lichaam schoot als vanzelf in de verdedigingsstrategie die het ooit, nog vele vele jaren dààrvoor, had leren hanteren. Verstijven. Jezelf zo stil mogelijk houden. Je niet laten zien en horen.

Wanneer je brein een bedreiging of stressor detecteert - en dat gebeurt in eerste instantie onbewust, door je “reptielenbrein” - schiet het vanzelf en binnen de seconde in actie om te reageren. Het heeft daarvoor 3 strategieën, die als een soort verdedigingslinies werken, als een hiërarchisch systeem.

Is de stressor of bedreiging hanteerbaar, dan krijgen we een klein shotje stresshormonen, net voldoende om hiermee om te kunnen. We voelen ons alert en energiek, en schieten in actie om het probleem aan te pakken. Omdat de hoeveelheid stresshormonen beperkt blijft, blijven ook ons rationele brein, ons “relax/herstel systeem” en ons sociale systeem, gemaakt om goede interacties te kunnen aangaan met anderen, actief. We kunnen het probleem dus op een rationele, flexibele, creatieve en communicatieve manier aanpakken, hulp vragen of onderhandelen.

Is de bedreiging groter, in die mate dat we ons echt in gevaar gevoelen, of wanneer de stressor niet meer goed hanteerbaar lijkt, dan schakelt ons lichaam een tandje bij. We komen terecht in de tweede verdedigingslinie: fight/flight (vechten of vluchten). Er worden meer stresshormonen vrijgemaakt, en ons lichaam geeft nu de voorkeur aan ons stress/overlevingssysteem, weg van het relax/herstel en sociale systeem. Onze spieren raken gespannen, onze ademhaling wordt sneller en oppervlakkiger, onze aandacht vernauwt zich om zich te richten op het gevaar of schiet alle kanten uit om een vluchtroute te zoeken. We worden boos en gaan het gevecht aan (fysiek of verbaal), of worden angstig en vluchten weg. We voelen ons gespannen, maar zijn nog wel in staat om de bedreiging aan te kunnen, we hebben nog controle over de situatie.

Dat wordt anders wanneer we een grote bedreiging detecteren én we geen mogelijkheid hebben om te vechten of te vluchten. Wanneer we geen controle hebben over de situatie, we niets kunnen doen, we machteloos zijn, te klein of weerloos, of wanneer actie de situatie nog erger zou maken, treedt de derde verdedigingslinie in werking. (Dit is overigens vaak het geval bij kinderen, maar ook bij volwassenen kan dit gebeuren.) We kunnen onszelf niet verdedigen door te vechten of vluchten, door actief met de stressor om te gaan, dus kunnen we niet anders dan ons zo goed en zo kwaad mogelijk te beschermen om te overleven. Er wordt nog meer stress geproduceerd in ons lichaam, maar deze richt zich niet meer op actieve maar op passieve verdedigingsstrategieën. Dit is wat we de freeze-reactie noemen: verstijven, je stil en onbeweeglijk houden, gedwee worden en gewoon doen wat gevraagd wordt, dissociëren (je niet meer aanwezig voelen in je lichaam of de realiteit) of flauwvallen. Je ziet er langs buiten misschien heel stil en rustig uit, maar vergis je niet: de hoeveel stresshormonen is in deze toestand erg hoog, en vanbinnen ben je dan ook heel gespannen. Ook deze verdedigingsstrategie heeft zijn nut: het helpt om de situatie te overleven door het niet nog erger te maken, door geen aandacht te trekken en onzichtbaar of onhoorbaar te zijn, en bovendien helpt de dissociatie om gevoelens van pijn of overweldigende emoties te dempen.

Elk van deze drie verdedigingslinies is nuttig, afhankelijk van de mate van stress of gevaar. Zolang je lichaam weer tot rust kan komen na de stress, de energie en stress weer uit je lichaam kunnen en je je weer veilig en rustig kunt voelen, kan je voldoende herstellen. Wanneer de mate van stress echter te groot is, te chronisch of herhaaldelijk voorkomt en/of je niet tot rust kunt komen nadien doordat de toestand niet veilig genoeg is of er niet voldoende hulp of ondersteuning is, kan het zijn dat de situatie en stress niet volledig verwerkt worden. Je lichaam gaat dan in toekomstige situaties veel sterker reageren op kleine stressoren of bedreigingen, en reageren op de manier die het gewend is, of dat nu vechten, vluchten, bevriezen, meewerken of dissociëren is.

En dat kan dan maken dat je, zoals mij, vele jaren later, nog steeds verstijft voor iets wat ogenschijnlijk iets heel kleins lijkt. Terwijl je rationele brein er niets van begrijpt.

Het hielp mij enorm om dat te leren begrijpen. Om te leren begrijpen waarom mijn lichaam zo vaak zo anders reageerde dan ik wilde, waarom ik me altijd zo gestresseerd en angstig voelde. Zodat ik het, mettertijd, ook kon leren loslaten, mijn lichaam kon leren geruststellen dat alles nu veilig was.

Niet dat het nu nooit meer opduikt, dat het mij nooit meer kan overvallen. Maar als je het leert herkennen en begrijpen, kan je er veel bewuster mee omgaan en veel sneller ingrijpen, telkens weer opmerken en begrijpen wat je lichaam doet en terug naar het hier-en-nu komen, waar je veilig bent.

Uitgelichte berichten
Binnenkort komen hier posts
Nog even geduld...
Recente berichten