Telkens van slag bij kleine tegenslagen?



Heb je het gevoel dat je momenteel niet veel nodig hebt om uit balans te geraken?

Dat je je met momenten goed kan voelen, maar dat er maar een kleine tegenslag voor nodig is om je weer helemaal naar beneden te halen?

Je boodschappentas die scheurt en al je boodschappen die op de grond terecht komen - en meteen komt weer heel die gedachtenmolen op gang, dat je niets waard bent, een mislukkeling.

Je zit even alleen thuis, en meteen word je overspoeld door een verschrikkelijk gevoel van eenzaamheid, waarna je je op een pot ijs stort.

Je partner zegt iets ongevoeligs en je krijgt ter plekke een paniekaanval.

Je hebt misschien het gevoel dat je vroeger meer aan kon, of dat je tegen meer tegen zou moeten kunnen.

Als je door kleine tegenslagen erg van slag geraakt, zou je dat kunnen zien als je veerkracht die op is. Je hebt geen veerkracht meer om met kleine moeilijkheden om te gaan.

Maar hoe komt dat dan, wat is dat op neurobiologisch niveau, op lichamelijk en hersenniveau, “geen veerkracht meer hebben”?

Veel heeft te maken met wat neurowetenschappers onze “window of tolerance” noemen. Dit zijn de grenzen waarbinnen ons stresssysteem in balans is - er is een goede balans tussen ons sympathisch zenuwstelsel, dat zorgt voor activering, voor stress en energie, en ons parasympatisch zenuwstelsel, dat zorgt voor desactivering, rust en herstel.

Als je een “ruime” window of tolerance hebt, wil dat zeggen dat je wel wat aan kan. Je lichaam en brein reageren op wat je meemaakt met een gepast evenwicht tussen stress/energie en rust, een goede samenwerking tussen emotie en denken, waardoor je het gevoel hebt er er op een goede manier mee om te kunnen. Er gebeurt misschien soms iets moeilijks, zo is het leven nu eenmaal, maar je kunt het plaatsen, je hebt er een goed perspectief op, en je kunt er op een adaptieve manier mee omgaan.

Door allerlei ervaringen die we meemaken, gaande van onveilige hechting als kind tot moeilijke en traumatische ervaringen, kan je “window of tolerance” echter zo klein worden dat alles overweldigend voelt. In situaties van chronische of traumatische stress moet ons lichaam immers reageren met overmatige stress (hyperarousal), om ons in een toestand van paraatheid te brengen, of net door onszelf helemaal af te sluiten (hypo-arousal), zodat we onszelf beschermen tegen het gevaar. Wanneer dat in zeer sterke mate of chronisch gebeurt, raakt ons lichaam hierop ingesteld, en komen we heel gemakkelijk in een toestand van hyperarousal (heel veel stress, overemotioneel) of hypo-arousal (afgesneden van ons gevoel, depressief, geen energie) terecht.

Dat is een heel normale reactie van ons lichaam, maar eens we niet meer in een “echt” onveilige situatie zitten is dat natuurlijk niet meer zo nuttig. Je lichaam blijft reageren op een gevaar dat er in feite niet meer is.

Dus moet je je window of tolerance weer gaan herstellen, de grenzen van wat je aankunt weer gaan oprekken, stapje voor stapje. Zodat je je lichaam en brein kunnen leren dat je nu veilig bent, dat zulke overlevingsreacties niet meer nodig zijn.

Wat is daarvoor nodig?

Een eerste belangrijke stap is altijd - ik val in herhaling, ik weet het - bewustwording. Het leren herkennen van triggers (situaties die je uit balans brengen) en het leren herkennen van hyper- en hypo-arousal.

Wat zijn bijvoorbeeld signalen die wijzen op hyperarousal?*


Signalen die wijzen op hypo-arousal, zijn bijvoorbeeld*:



Eens je leert herkennen wanneer je in een toestand van hyper- of hypo-arousal komt, kan je - zelf of samen met je therapeut - gaan bekijken wat kan helpen om terug in je “optimale arousalzone” te komen. Als je in hyperarousal zit, kan je manieren gaan zoeken om weer rustiger te worden, zoals ademhalingsoefeningen, mediteren, met iemand ondersteunend praten. En als je in hypo-arousal zit, kan je manieren gaan zoeken om weer meer energie of betrokkenheid te gaan voelen, zoals mindfulness, activerende ademhalingsoefeningen, contact zoeken met iemand of beweging.

En zo kunnen je lichaam en brein langzaamaan weer gaan “herkalibreren”, zodat ze terug aangepast geraken aan de huidige (veilige) omstandigheden, in plaats van aan het gevaar of de onveiligheid die je vroeger meemaakte.


Ben je nieuwsgierig geworden, wil je meer informatie of heb je hier hulp bij nodig?

Laat hieronder of op mijn Facebookpagina een reactie achter, contacteer me via e-mail, of vraag een eerste gesprek aan via het formulier op de website.



*Uit: Ogden, P., & Fisher, J. (2014). Sensorimotor Psychotherapy: Interventions for trauma and attachment. New York: W. W. Norton Nederlandse editie: Sensorimotor Psychotherapy: Interventies voor traumaverwerking en het herstel van gehechtheid. Eeserveen: Uitgeverij Mens! (2017)


Uitgelichte berichten
Binnenkort komen hier posts
Nog even geduld...
Recente berichten